Ondervinden. Meemaken. De werkelijkheid ondergaan. Gebeurtenissen beleven. Het is relatief. Wat is werkelijkheid? Realiteit. Dat wat heden is. Het heden is slechts een beleving.
De beleving van iets, de werkelijkheid, in het licht van je verbeelding. Beleving en verbeelding. Onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een gebeurtenis, een gesprek, een relatie. Zonder verbeelding blijft er weinig van over. Verbeelding spreekt. Verbeelding spreekt aan. Maakt gebeurtenissen zoals ze zijn. Maakt gesprekken interessant. Maakt relaties spannend. Maakt de werkelijkheid zoals deze is. Voor jou.
Een feitelijke situatie. Een negatieve verbeelding. Zorgt voor onrust, onzekerheid, soms zelfs angst. De beleving. Het ondervinden. Negatief. Dezelfde feitelijke situatie. Positieve verbeelding. Optimisme. Zorgeloos. Blijdschap. Positief. De verbeelding maakt de beleving.
Het is over. Het is voorbij. Mijn positieve verbeelding is in één klap de grond in geslagen. Daarmee heeft ook de negatieve verbeelding mij verlaten. Neutraal. Terugkijken op het verleden. Dat ene aspect. En pas nu zie ik de waarheid. Feitelijke waarheid. De situatie zoals deze was. Zonder verbeelding.
Mijn beleving was anders. De feitelijke situatie was niet meer. Interpretatie. Voorstellingsvermogen. Verbeelding. De ene keer was er angst. Onzekerheid. Onrust. Verdriet. De andere keer was er geluk. Blijdschap. Hoop. Verbeelding is gevoel. Gevoel is beleving. Beleven is leven.
Ondervinden. Meemaken. De werkelijkheid ondergaan. Gebeurtenissen beleven. Het is relatief. Wat is werkelijkheid? Realiteit. Dat wat heden is. Het heden is niet meer dan de feitelijke werkelijkheid die ondervonden wordt door de verbeelding heen. Een subjectieve beleving in al haar vormen, in al haar kracht. Verbeelding in al haar rijkdom.